ECLI:NL:RVS:2018:3785
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oordeel rechtbank over weigering besluit klassikaal onderwijs door Quadraam
Appellant was eindexamenleerling aan het Stedelijk Gymnasium te Arnhem, onderdeel van de Gelderse Onderwijsgroep Quadraam. Na een reeks incidenten waarbij appellant ondanks een contactverbod contact zocht met medeleerlingen, legde het bevoegd gezag een time-out op. Appellant mocht vervolgens klassikaal onderwijs volgen op een andere school binnen de onderwijsgroep, het Olympus College.
Appellant verzocht Quadraam om een besluit te nemen over zijn toelating tot klassikaal onderwijs aan het Stedelijk Gymnasium, maar Quadraam weigerde dit, stellende dat reeds afspraken waren gemaakt over zijn onderwijsdeelname. De rechtbank oordeelde dat deze weigering geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was, omdat er geen publiekrechtelijke grondslag voor bestond en appellant feitelijk onderwijs bleef volgen binnen de onderwijsgroep.
Appellant stelde dat het recht op klassikaal onderwijs aan het Stedelijk Gymnasium was ontnomen, waardoor sprake zou zijn van een besluit met rechtsgevolgen. De Afdeling overwoog echter dat de mededeling van Quadraam over het volgen van onderwijs op een andere locatie een interne aangelegenheid betreft, zonder externe rechtsgevolgen, en dus niet kwalificeert als een besluit in de zin van de Awb.
Verder verwierp de Afdeling het betoog van appellant dat schorsing of verwijdering van het Stedelijk Gymnasium onderdeel van het geschil was, omdat het verzoek alleen betrekking had op klassikaal onderwijs. Er was geen bewijs geleverd van schorsing of verwijdering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Ten slotte wees de Afdeling een proceskostenveroordeling af, omdat appellant geen kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht maakte.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.