ECLI:NL:RVS:2018:3777
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college tot vergoeding proceskosten en griffierecht na schending hoorplicht bestuursdwang
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft op 10 mei 2017 bestuursdwang toegepast door een voertuig weg te slepen en in bewaring te stellen omdat het op een verboden locatie geparkeerd stond. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar werd ten onrechte niet gehoord. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en passeerde het gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro, zonder het college te veroordelen tot vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Appellant stelde dat de rechtbank onterecht geen proceskostenveroordeling uitsprak en dat het college het griffierecht had moeten vergoeden. De Raad van State oordeelde dat het gebrek van het niet horen van appellant terecht met artikel 6:22 Awb Pro werd gepasseerd, maar dat bij het passeren van een dergelijke schending doorgaans wel een proceskostenveroordeling en griffierechtvergoeding horen, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen.
De Raad concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te zien, mede omdat appellant duidelijk had aangegeven gehoord te willen worden. Daarom vernietigde de Raad het bestreden vonnis voor zover het naliet het college te veroordelen tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het college werd veroordeeld tot betaling van € 751,50 aan proceskosten en € 299,00 aan griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van de hoorplicht en de gevolgen van het niet naleven daarvan in bestuursrechtelijke procedures, met name dat het college kan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht wegens schending van de hoorplicht.