ECLI:NL:RVS:2018:3775
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake afwijzing aanvraag toevoeging rechtsbijstand wegens onvoldoende belang
De appellant heeft bij besluit van 22 maart 2017 een aanvraag ingediend voor een toevoeging rechtsbijstand in een bezwaarprocedure tegen het Centraal Administratiekantoor vanwege een bestuurlijke boete wegens het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering. De raad voor rechtsbijstand wees deze aanvraag af op grond van het criterium dat het belang van de zaak onvoldoende was, omdat het op geld waardeerbare belang onder de € 500 bleef.
De rechtbank verklaarde het door appellant ingestelde beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft overwogen dat zij alleen inhoudelijk kan oordelen indien appellant een actueel en reëel belang heeft bij het hoger beroep.
Aangezien inmiddels een lichte adviestoevoeging (LAT) is verleend en de procedure waarvoor rechtsbijstand werd aangevraagd reeds is afgerond, heeft appellant geen belang meer bij de beoordeling van het hoger beroep. Bovendien kan appellant geen extra kosten worden toegerekend voor meer uren rechtsbijstand. Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en ziet af van inhoudelijke beoordeling van de gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel en reëel belang.