ECLI:NL:RVS:2018:3765
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen gedurende hoger beroep
Bij onderscheiden besluiten van 28 juni 2017 heeft de staatssecretaris aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die dit beroep op 20 juli 2017 ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen gedurende deze periode. De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek gegrond is, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
De voorzieningenrechter besloot bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.