ECLI:NL:RVS:2018:3734
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 4 juni 2018 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze beslissing op 16 oktober 2018 ongegrond. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen gedurende de periode van het hoger beroep toewijsbaar is, mede gelet op eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan de rechtsbijstand door een derde.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond, waarmee de rechtspositie van de vreemdeling tijdens de procedure wordt beschermd.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.