ECLI:NL:RVS:2018:3733
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling heeft bij besluit van 4 juni 2018 een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke niet-ontvankelijk werd verklaard door de staatssecretaris. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet-uitzetting en opvang gedurende de periode van het hoger beroep, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, specifiek voor beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak bepaalt dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en dat de staatssecretaris een bedrag van €501 aan proceskosten vergoedt. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 13 november 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.