ECLI:NL:RVS:2018:3732

Raad van State

Datum uitspraak
13 november 2018
Publicatiedatum
14 november 2018
Zaaknummer
201808834/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H. Troostwijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling aan Italië in asielprocedure

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 3 oktober 2018 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 31 oktober 2018 ongegrond verklaarde. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.

De vreemdeling verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet zou worden overgedragen aan Italië voordat op het hoger beroep was beslist. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek getoetst aan eerdere jurisprudentie, met name een uitspraak van 20 december 2016.

Op grond van de overwegingen is het verzoek toewijsbaar geacht. De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden overgedragen aan Italië zolang het hoger beroep loopt. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De uitspraak werd op 13 november 2018 in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter H. Troostwijk, in aanwezigheid van griffier W.M.P. van Gemert.

Uitkomst: De vreemdeling wordt niet overgedragen aan Italië totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

201808834/2/V3.
Datum uitspraak: 13 november 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoekster,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 31 oktober 2018 in zaak nr. NL18.18193 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 3 oktober 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 31 oktober 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld.
Voorts heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zij niet wordt overgedragen aan Italië voordat op het hoger beroep is beslist.
2.    Gelet op wat is aangevoerd, komt het verzoek, in het licht van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 20 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3350, op na te melden wijze voor toewijzing in aanmerking.
3.    De staatssecretaris dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt overgedragen, totdat op het door haar ingestelde hoger beroep is beslist;
II.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 501,00 (zegge: vijfhonderdeen euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.M.P. van Gemert, griffier.
w.g. Troostwijk    w.g. Van Gemert
voorzieningenrechter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 13 november 2018
466-863.