ECLI:NL:RVS:2018:3718
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geschiktheid rijbewijs wegens alcoholmisbruik
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het CBR om geen verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen af te geven. Het CBR baseerde dit besluit op een psychiatrisch rapport waarin sprake werd geacht van alcoholmisbruik, onderbouwd met afwijkende bloedwaarden en een voorgeschiedenis van aanhoudingen wegens alcoholgerelateerde overtredingen.
De rechtbank oordeelde dat het CBR het psychiatrisch rapport terecht als grondslag voor het besluit heeft genomen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het rapport onvoldoende concludent was en dat het CBR nader onderzoek had moeten verrichten naar andere oorzaken van de verhoogde bloedwaarden. Tevens stelde appellant dat de aanhoudingen uit het verleden niet relevant waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het psychiatrisch rapport op een zorgvuldige wijze was opgesteld en dat de conclusie over alcoholmisbruik niet uitsluitend op de bloedwaarden was gebaseerd. Het betoog van appellant faalde omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat de bloedwaarden door een andere oorzaak dan alcoholmisbruik waren veroorzaakt. De Afdeling bevestigde daarom het bestreden vonnis en het besluit van het CBR.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot weigering van de verklaring van geschiktheid wordt bevestigd.