ECLI:NL:RVS:2018:3705
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdverklaring rechtbank inzake beroep op kwijtschelding lokale heffingen
Appellante verzocht om kwijtschelding van belastingaanslagen voor lokale heffingen over 2016 en 2017, welke verzoeken door de invorderingsambtenaar werden afgewezen. De directeur verklaarde de administratief beroepen van appellante ongegrond. Appellante stelde beroep in bij de rechtbank, die zich onbevoegd verklaarde omdat tegen besluiten op grond van artikel 26 Invorderingswet Pro 1990 geen beroep bij de bestuursrechter mogelijk is.
Appellante voerde aan dat deze onbevoegdverklaring haar toegang tot een onafhankelijke rechter schond, mede omdat zij aanvankelijk geen toevoeging voor een civiele procedure kreeg. De Afdeling stelde vast dat appellante inmiddels wel een toevoeging heeft verkregen en toegang heeft tot de civiele rechter.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht onbevoegd was en dat de aangevallen uitspraak bevestigd moet worden. De inhoudelijke beoordeling van de zaak en de onafhankelijkheid van de directeur konden niet aan de orde komen, omdat de bestuursrechter niet bevoegd is. Tekstuele onvolkomenheden in de uitspraak deden niet af aan de juistheid daarvan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de onbevoegdverklaring van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.