ECLI:NL:RVS:2018:367
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen tijdens hoger beroep
Bij besluiten van 6 december 2017 heeft de staatssecretaris aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 15 januari 2018 deze beroepen ongegrond verklaarde. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en zij gedurende die periode opvang en verstrekkingen ontvangen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek toewijsbaar is, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 december 2016. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter bepaalt dat de vreemdelingen niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is afgerond en legt de proceskostenveroordeling op aan de staatssecretaris.
Uitkomst: De vreemdelingen worden niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.