ECLI:NL:RVS:2018:3614
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J. Kramer
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit college inzake intrekking omgevingsvergunning vlaggenmasten Watersportvereniging Aegir
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam had een omgevingsvergunning verleend aan Watersportvereniging Aegir voor het plaatsen van 20 vlaggenmasten aan de rand van de Bergse Voorplas. Diverse omwonenden, waaronder [appellant A] en anderen, verzochten het college om deze vergunning in te trekken, stellende dat deze op onjuiste en onvolledige gegevens was gebaseerd. Het college weigerde dit verzoek en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van sommige appellanten niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van ondertekening en verklaarde het beroep van anderen ongegrond. In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat enkele appellanten niet-ontvankelijk waren vanwege het niet ondertekenen van het beroepschrift, maar dat het beroep van [appellant A] en anderen gegrond was.
De Afdeling oordeelde dat deze appellanten geen belanghebbenden waren in de zin van de Awb omdat de gevolgen van de vlaggenmasten voor hun woon- en leefomgeving te gering waren. Hierdoor was het verzoek om intrekking geen aanvraag in de zin van de Awb en de afwijzing daarvan geen beschikking. Het college had hen ten onrechte in bezwaar ontvangen. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep van deze appellanten ongegrond werd verklaard.
De Afdeling bevestigde de uitspraak voor het overige, verklaarde het hoger beroep van andere appellanten niet-ontvankelijk of ongegrond en gelastte vergoeding van griffierecht aan de gegrond verklaarde appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep van enkele appellanten is gegrond verklaard en het besluit van het college tot weigering van intrekking van de omgevingsvergunning is vernietigd.