ECLI:NL:RVS:2018:3603
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- H. Bolt
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening huur- en zorgtoeslag wegens intrekking verblijfsvergunning met terugwerkende kracht
Appellant, met de Afghaanse nationaliteit, kreeg een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die met terugwerkende kracht per 19 juni 2013 werd ingetrokken. De Belastingdienst/Toeslagen herzag daarop de aan appellant toegekende huur- en zorgtoeslag voor de jaren 2013 tot en met 2016 en stelde deze grotendeels op nihil.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen aanspraak had op toeslagen over de periode waarin hij geen rechtmatig verblijf had, mede omdat hij zich vrijwillig tot de Afghaanse autoriteiten had gewend en meerdere keren naar Afghanistan was teruggekeerd. Appellant stelde in hoger beroep dat de perioden van rechtmatig verblijf volgens artikel 9 Awir Pro als aansluitend moesten worden beschouwd, waardoor hij recht zou behouden op toeslagen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het begrip 'aansluitend' in artikel 9 Awir Pro niet strikt moet worden uitgelegd, maar dat in deze zaak de tussenliggende periode van onrechtmatig verblijf niet als aansluitend kan worden aangemerkt. Appellant had kunnen begrijpen dat zijn gedragingen gevolgen hadden voor zijn verblijfsrecht en toeslagenaanspraak. De hoger beroepen zijn ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de toeslagen terecht zijn herzien en op nihil gesteld wegens intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht.