ECLI:NL:RVS:2018:3598
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit permanente bewoning recreatieverblijf wegens bijzondere omstandigheden
Het college van burgemeester en wethouders van Ommen legde aan appellant een last onder dwangsom op om het gebruik van zijn recreatieverblijf voor permanente bewoning te beëindigen, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan en zonder vergunning plaatsvond. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het handhavingsbesluit, waarbij hij wees op zijn schrijnende medische, sociale en financiële situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college het handhavingsbesluit niet in redelijkheid kon nemen, mede gezien de langdurige opschorting van handhaving vanwege de schrijnende situatie van appellant en zijn echtgenote, en de toezegging van het college om nieuw beleid te ontwikkelen voor persoonsgebonden gedoogbeschikkingen.
De Afdeling vernietigde het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en herroept het handhavingsbesluit. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit tegen permanente bewoning van het recreatieverblijf wordt vernietigd en herroepen vanwege bijzondere medische en sociale omstandigheden.