ECLI:NL:RVS:2018:3590
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke motivering
De vreemdeling heeft bij besluit van 11 november 2016 een machtiging tot voorlopig verblijf aangevraagd, welke door de staatssecretaris is afgewezen. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het beroep ongegrond verklaard. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris bij de beoordeling van de identiteit en familierelatie van de vreemdeling niet de nieuwe vaste gedragslijn had gevolgd die vereist dat ook onofficiële documenten betrokken worden. Hierdoor was de motivering van het besluit ondeugdelijk.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 5 juli 2017, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd alsnog gegrond verklaard, waarmee het besluit tot afwijzing werd vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd.