ECLI:NL:RVS:2018:3506
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep asielweigering
De staatssecretaris heeft op 21 augustus 2018 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 september 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om niet uitgezet te worden totdat op het hoger beroep is beslist, gegrond is, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter heeft daarom bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en heeft de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van de proceskosten. Deze uitspraak werd gedaan op 25 oktober 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.