ECLI:NL:RVS:2018:3494
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks verweer over taal en bewijs
De zaak betreft het hoger beroep van een Roemeense onderneming tegen een boete van €160.000 wegens het laten verrichten van arbeid door twintig Roemeense vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De onderneming stelde dat zij door het ontbreken van een Roemeense vertaling van het boeterapport en de boetekennisgeving in haar verdedigingsmogelijkheden was geschaad, wat in strijd zou zijn met het fair trial-beginsel en artikel 6 EVRM Pro.
De Raad van State oordeelde dat de aanwezigheid van een Nederlandse directeur die de taal machtig is en de bijstand van een Nederlandse advocaat ervoor zorgden dat de onderneming voldoende begreep wat er in de procedure speelde en een effectieve verdediging kon voeren. Daarnaast werd het bewijs verkregen van een medewerker die niet daadwerkelijk bestuurder was, niet uitgesloten.
Verder werd geoordeeld dat de boeterapportage voldeed aan de wettelijke eisen en dat de onderneming zich niet met succes kon beroepen op vrijstellingsbepalingen in de Wet arbeid vreemdelingen en het Besluit uitvoering Wav, omdat de vreemdelingen in voertuigen met Nederlandse kentekens reden, wat een aantoonbare band met Nederland impliceert.
Ten slotte werd het betoog verworpen dat de staatssecretaris slechts één boete had mogen opleggen aan de verweven ondernemingen, aangezien het hier om afzonderlijke rechtspersonen gaat. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Limburg bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €160.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en wijst alle verweren af.