ECLI:NL:RVS:2018:3399
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De vreemdeling had een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke bij besluit van 7 oktober 2016 door de staatssecretaris werd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 28 augustus 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. De vreemdeling verzocht om te voorkomen dat hij zou worden uitgezet voordat op het hoger beroep was beslist en om gedurende die periode opvang en verstrekkingen te ontvangen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek gelet op de omstandigheden en eerdere jurisprudentie toewijsbaar was. Daarom werd bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.