ECLI:NL:RVS:2018:3317
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdelingen in hoger beroep asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 11 juli 2018 de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 31 juli 2018 de beroepen gegrond verklaarde, de besluiten vernietigde, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand liet. De vreemdelingen gingen hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en vroegen tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden en om opvang en verstrekkingen gedurende het hoger beroep toewijsbaar was, mede gelet op eerdere jurisprudentie. De staatssecretaris werd bovendien veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand.
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdelingen niet mogen worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en legde de proceskostenveroordeling op. Deze uitspraak beschermt de belangen van de vreemdelingen gedurende de procedure en waarborgt hun recht op opvang.
Uitkomst: De vreemdelingen mogen niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.