ECLI:NL:RVS:2018:330

Raad van State

Datum uitspraak
31 januari 2018
Publicatiedatum
31 januari 2018
Zaaknummer
201702142/1/A1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:17 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig nemen besluit omgevingsvergunning

De zaak betreft een beroep van appellant tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van gedeputeerde staten van Gelderland inzake een omgevingsvergunning. Eerder had de rechtbank het beroep van appellant tegen de besluiten tot verlening en wijziging van de vergunning gegrond verklaard, deze besluiten vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen.

Na het niet tijdig nemen van een nieuw besluit heeft appellant opnieuw beroep ingesteld tegen deze besluiteloosheid. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft echter bij een gelijktijdige uitspraak de eerdere uitspraak van de rechtbank vernietigd en het eerdere beroep niet-ontvankelijk verklaard, waardoor de besluiten van het college onherroepelijk zijn geworden.

Dit betekent dat het college geen nieuw besluit hoeft te nemen en appellant geen belang meer heeft bij het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Tevens is geoordeeld dat het college geen dwangsom verschuldigd is omdat appellant niet de aanvrager van het besluit is. Daarom verklaart de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

201702142/1/A1.
Datum uitspraak: 31 januari 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Gelderland,
verweerder.
Procesverloop
Bij uitspraak van 8 november 2016 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen de besluiten van het college van 13 mei 2014 en 21 december 2015 tot verlening en wijziging van een omgevingsvergunning, gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en het college opgedragen binnen acht weken na deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de vergunningaanvraag.
Bij brief van 9 maart 2017 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 september 2017, waar [appellant], bijgestaan door mr. I.C. Dunhof-Lampe, advocaat te Enschede, en [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. Ü. Sijsma-Zorlu, ing. R. Rikmanspoel en ing. P. de Boer, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende A] en [belanghebbende B], vertegenwoordigd door mr. A.A de Groot, advocaat te Utrecht, [gemachtigden] en mr W.A. Havinga, gehoord.
Overwegingen
1.    Bij uitspraak van heden, ECLI:NL:RVS:2018:254, heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank van 8 november 2016 vernietigd en het beroep van [appellant] tegen de besluiten van 13 mei 2014 en 21 december 2015 niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat deze besluiten onherroepelijk zijn en het college geen nieuw besluit op de vergunningaanvraag behoeft te nemen.
Gelet hierop heeft [appellant] geen belang meer bij een uitspraak op het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De Afdeling merkt hierbij op dat, anders dan [appellant] ter zitting heeft betoogd, het college aan [appellant] geen dwangsom als bedoeld in artikel 4:17, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is verschuldigd, reeds omdat [appellant] niet de aanvrager van het besluit is.
Gelet op het vorenstaande is het beroep niet-ontvankelijk.
2.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. G.T.J.M. Jurgens, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.B. van der Maesen de Sombreff, griffier.
w.g. Borman    w.g. Van der Maesen de Sombreff
voorzitter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2018
190-842