ECLI:NL:RVS:2018:3297
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E.A. Minderhoud
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning vestiging sportcentrum ondanks bezwaar concurrent en bezwaren tegen publicatie
Het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk verleende op 29 juni 2016 een omgevingsvergunning voor het vestigen van een sportcentrum in een bestaand pand te Rijswijk. Een concurrent, appellante, maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde dat de aanvraag niet correct was gepubliceerd, waardoor belanghebbenden mogelijk benadeeld zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat appellante niet is benadeeld door het niet publiceren van de aanvraag, aangezien zij tijdig bezwaar heeft gemaakt en ook andere belanghebbenden, zoals SportCity, geen nadeel ondervonden. Verdere beschuldigingen van doelbewust handelen door het college om publiciteit te vermijden werden ongegrond verklaard wegens gebrek aan bewijs.
Daarnaast stelde appellante dat de vergunning in strijd was met de provinciale ladder van duurzame verstedelijking en de goede ruimtelijke ordening, onder meer vanwege een vermeend overschot aan fitnesscentra en onvoldoende motivering door het college. De Afdeling stelde vast dat het project een functiewijziging betreft zonder nieuw ruimtebeslag, waardoor de provinciale ladder niet van toepassing is. Het college had voldoende onderbouwd dat de vergunning geen onaanvaardbare structurele leegstand veroorzaakt en dat het sportcentrum bijdraagt aan de herontwikkeling van het gebied.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor het sportcentrum bevestigd.