ECLI:NL:RVS:2017:1374
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning onbemand tankstation wegens onjuiste wettelijke grondslag
Het college van burgemeester en wethouders van Steenbergen verleende op 3 december 2014 een omgevingsvergunning aan CZAV voor het oprichten van een onbemand tankstation aan de Zeelandweg-Oost te Steenbergen. Kuwait Petroleum Nederland B.V. en een andere partij maakten bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college niet-ontvankelijk en subsidiair ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van Kuwait ongegrond vanwege het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb, hoewel Kuwait wel als belanghebbende werd erkend.
CZAV stelde incidenteel hoger beroep in tegen de erkenning van Kuwait als belanghebbende, maar dit werd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ongegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat Kuwait als concurrent een rechtstreeks belang heeft bij het besluit, mede omdat de vestiging van het tankstation van CZAV kan leiden tot een minder goed ondernemersklimaat voor Kuwait.
De Afdeling stelde vast dat de omgevingsvergunning onterecht was verleend op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2° van de Wabo, omdat de overspanning van het tankstation een oppervlakte heeft van circa 195,5 m2 en dus niet valt onder de uitzondering voor bouwwerken tot 50 m2. Hierdoor had de vergunning alleen kunnen worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, wat een uitgebreidere voorbereidingsprocedure vereist. De Afdeling vernietigde daarom het besluit en bepaalde dat het college opnieuw moet beslissen volgens de juiste procedure. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van Kuwait.
Uitkomst: De omgevingsvergunning is vernietigd en het college moet opnieuw beslissen volgens de juiste wettelijke procedure.