ECLI:NL:RVS:2018:3255
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot openbaarmaking documenten op grond van de Wob
Appellant verzocht het college om openbaarmaking van correspondentie tussen het college en Rijkswaterstaat over een overeenkomst uit 1996 en andere periodes. Het college maakte slechts enkele brieven openbaar en stelde dat er geen verdere correspondentie over de gewenste overdracht van gronden bestaat.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er meer documenten onder het college berusten dan reeds openbaar zijn gemaakt. De enkele stelling dat het college meer documenten zou moeten hebben en mogelijk de Archiefwet 1995 heeft overtreden, was onvoldoende.
In hoger beroep stelde appellant dat het college niet hoefde te bewijzen dat er geen documenten zijn en dat het ongeloofwaardig was dat er niet meer stukken zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het college een uitgebreid archiefonderzoek had uitgevoerd, waarbij alle relevante documenten waren gevonden en openbaar gemaakt.
De Afdeling achtte de mededeling van het college niet ongeloofwaardig en bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er meer documenten zijn. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het Wob-verzoek bevestigd.