ECLI:NL:RVS:2018:3238
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Sluiting woning wegens geringe hoeveelheid harddrugs niet gerechtvaardigd zonder nadere motivering burgemeester
De burgemeester van Heerlen heeft bij besluit van 30 januari 2018 de woning van appellant sub 2 voor twaalf maanden gesloten wegens de vondst van een geringe hoeveelheid harddrugs in de woning. Appellant sub 2 maakte bezwaar en stelde beroep in, waarna de rechtbank het besluit vernietigde en herroepen vanwege onvoldoende motivering door de burgemeester dat de drugs bestemd waren voor verkoop.
De burgemeester stelde hoger beroep in en verzocht om toepassing van artikel 8:86 Awb Pro voor directe uitspraak. De Raad van State bevestigde dat appellant sub 2 feiten en omstandigheden had genoemd die een eigen gebruik van de drugs aannemelijk maakten. De burgemeester had echter geen nadere omstandigheden aangevoerd die een sluiting op grond van drugshandel rechtvaardigden.
Daarnaast werd het hoger beroep van appellant sub 2 gegrond verklaard voor de proceskostenveroordeling. De Raad van State vernietigde het deel van de uitspraak waarin de burgemeester werd veroordeeld tot betaling van € 2.505,00 aan proceskosten en veroordeelde de burgemeester tot een hogere vergoeding van proceskosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd dat de geringe hoeveelheid harddrugs bestemd was voor verkoop, wijst het hoger beroep van de burgemeester af en wijzigt de proceskostenveroordeling ten gunste van appellant sub 2.