ECLI:NL:RVS:2018:3140
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris heeft op 27 maart 2018 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 14 augustus 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 25 september 2018 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €501,00, moet vergoeden, welke kosten geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing is genomen met toepassing van artikel 8:81 en Pro artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en is gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Raad van State. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken door voorzieningenrechter H. Troostwijk.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.