ECLI:NL:RVS:2018:3114
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning APK-garage en keuringsbevoegdheid wegens niet-naleving steekproefverplichting
De RDW trok op 15 augustus 2017 de erkenning van Garage Paltrok en de keuringsbevoegdheid van de keurmeester [partij B] voor APK-keuringen van voertuigen tot 3500 kg voor zes weken in, vanwege het niet aanwezig zijn van de keurmeester tijdens een steekproefcontrole. De rechtbank verklaarde de beroepen van Garage Paltrok en [partij B] gegrond, vernietigde de besluiten en legde een mildere sanctie op: intrekking van de keuringsbevoegdheid voor vier weken en van de erkenning voor twee weken.
De rechtbank motiveerde haar oordeel met het feit dat er sprake was van onachtzaamheid en niet van moedwillige overtreding, een lange staat van dienst zonder eerdere overtredingen, en de onevenredigheid van de oorspronkelijke sancties gezien de bedrijfseconomische gevolgen. De RDW ging in hoger beroep, stellende dat de rechtbank ten onrechte onvoldoende rekening hield met het beleid en de terughoudende toetsing bij herstelsancties.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht vond dat de RDW onvoldoende aandacht had besteed aan de specifieke omstandigheden en dat de gevolgen van de sancties onevenredig waren. Ook stelde de Raad dat omstandigheden die bij het beleid zijn verdisconteerd, niet per definitie buiten beschouwing mogen blijven. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de RDW tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige belangenafweging bij bestuursrechtelijke sancties en bevestigt dat de proportionaliteit van sancties mede afhangt van de individuele omstandigheden en de bedrijfseconomische impact.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de matiging van de intrekking van de erkenning en keuringsbevoegdheid wegens onevenredigheid van de oorspronkelijke sancties.