ECLI:NL:RVS:2018:3070
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- J.A. Hagen
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Intrekking rijbewijsbesluit en niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen CBR-besluit
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) had bij besluit van 11 mei 2016 het rijbewijs van appellant ongeldig verklaard, waarna appellant bezwaar maakte en beroep instelde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure werd een deskundige psychiater benoemd die een onderzoek instelde en verslag uitbracht. Naar aanleiding hiervan trok het CBR bij besluit van 28 juni 2018 de eerdere besluiten in. Hierdoor verviel het belang van appellant bij het hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat appellant daardoor geen actueel en reëel belang meer had bij de beoordeling van zijn hoger beroep, waardoor dit niet-ontvankelijk werd verklaard. Tevens werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht, omdat het CBR aan appellant was tegemoetgekomen door de intrekking van de besluiten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege intrekking van het besluit door het CBR en het CBR wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.