ECLI:NL:RVS:2018:3058
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van toekenning aanvullend beschermingscertificaat voor nieuwe therapeutische toepassing geneesmiddel
Bayer Schering Pharma heeft een aanvullend beschermingscertificaat (ABC) aangevraagd voor het geneesmiddel Qlaira, bestaande uit de werkzame stoffen estradiolvaleraat en dienogest. Octrooicentrum Nederland (OCNL) wees de aanvraag af omdat voor deze werkzame stoffen al eerdere handelsvergunningen waren verleend voor het geneesmiddel Climodien. De rechtbank Den Haag oordeelde echter dat het Neurim-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) een ABC toelaat voor een nieuwe therapeutische toepassing van een bekende stof, ook indien eerdere vergunningen voor humaan gebruik zijn verleend.
OCNL stelde in hoger beroep dat de rechtbank het Neurim-arrest te ruim had geïnterpreteerd en dat alleen in het geval van diergeneeskundig gebruik gevolgd door humaan gebruik een ABC kan worden toegekend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde echter de uitleg van de rechtbank en het HvJ-EU, waarbij een systematisch-teleologische interpretatie van de ABC-verordening leidde tot het oordeel dat een ABC kan worden verleend voor een nieuwe therapeutische toepassing die binnen de beschermingsomvang van het basisoctrooi valt.
De Afdeling overwoog uitgebreid de relevante jurisprudentie, waaronder het Neurim-arrest en eerdere arresten als Pharmacia, MIT, Yissum en Synthon, en concludeerde dat de uitleg van het Neurim-arrest niet in strijd is met eerdere rechtspraak. Kleine wijzigingen zoals dosering of samenstelling geven geen recht op een nieuw ABC. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep van OCNL af. OCNL werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding aan Bayer en griffierecht opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van OCNL wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.