ECLI:NL:RVS:2018:3022
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.A. Hagen
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens niet-betaling kosten 2012
Appellante en haar partner richtten een kindercentrum op waar hun kinderen werden opgevangen. Appellante maakte aanspraak op kinderopvangtoeslag over 2012, die deels werd teruggevorderd door de Belastingdienst omdat zij volgens de dienst niet voldeed aan de voorwaarden en de kosten niet volledig had betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het dossier uitgebreid bestudeerd, waarbij onder meer jaaropgaven, aangiften inkomstenbelasting en verklaringen van de boekhouder werden betrokken.
De Afdeling oordeelde dat appellante niet heeft aangetoond dat zij de volledige kosten van kinderopvang over 2012 heeft voldaan. De door haar aangevoerde correcties op de omzet en de wijze van vooruitbetaling konden dit niet wegnemen. Hierdoor bestaat geen recht op kinderopvangtoeslag over dat jaar.
Verder bevestigde de Afdeling dat de Belastingdienst de te veel betaalde voorschotten terecht mag terugvorderen op grond van de dwingendrechtelijke bepalingen in de Awir, zonder ruimte voor belangenafweging. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht niet is geschonden omdat redelijkerwijs geen twijfel bestond over de uitkomst.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van te veel betaalde kinderopvangtoeslag bevestigd.