ECLI:NL:RVS:2018:2952
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen erfafscheiding, houtopslag en berging te Haarlem
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem legde op 25 juli 2016 aan appellant A een last onder dwangsom op om een erfafscheiding te verlagen tot vergunningvrije hoogte, een berging te verwijderen en houtopslag te beëindigen. Appellant voerde aan dat de erfafscheiding al sinds de jaren '80 bestond en onder overgangsrecht viel, dat de houtopslag noodzakelijk was voor verwarming en tijdelijk, en dat de berging een geldige bouwvergunning had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de erfafscheiding in strijd is met het bestemmingsplan omdat deze hoger is dan één meter aan een openbaar voetpad, en dat overgangsrecht geen vergunning vervangende titel oplevert. De houtopslag is ruimtelijk niet verenigbaar met de tuinbestemming vanwege de omvang. De vermeende bouwvergunning voor de berging is niet authentiek en de berging is zonder geldige vergunning gebouwd. Ook de tijdelijke verwijdering en terugplaatsing door de gemeente leidt niet tot gedogen.
Handhavend optreden is gerechtvaardigd en niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit bevestigd.