ECLI:NL:RVS:2018:2948
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Bolt
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor bewoning bijgebouwen in strijd met bestemmingsplan
Appellanten hebben een omgevingsvergunning gevraagd voor het legaliseren van kamer- en woningverhuur in bijgebouwen op hun perceel te Maastricht. Het college weigerde deze vergunning deels, met name voor de verbouwing en bewoning van de bijgebouwen, omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan "Heer-Scharn" en het daarvoor geldende plan "Heer-Onder de Kerk".
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, waarna zij hoger beroep instelden. De Raad van State oordeelt dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat het gebruik van het bijgebouw onder het overgangsrecht valt, omdat zij onvoldoende bewijs leverden dat het bijgebouw op de peildatum al voor bewoning werd gebruikt en dit gebruik onafgebroken is voortgezet.
Verder heeft het college het standpunt ingenomen dat het stedenbouwkundig beleid geen medewerking verleent aan het verbouwen van dergelijke bijgebouwen tot woningen, om verrommeling van de omgeving te voorkomen. De Raad van State acht dit standpunt redelijk gemotiveerd en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af, omdat geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan die appellanten een gerechtvaardigd vertrouwen konden geven.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat appellanten geen vergelijkbare gevallen aannemelijk hebben gemaakt. Tenslotte weegt het college het algemeen belang en stedenbouwkundig belang zwaarder dan de financiële belangen van appellanten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.