ECLI:NL:RVS:2018:2945
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdanen wegens werkzoekende status
De vreemdelingen, Spaanse gemeenschapsonderdanen, hadden rechtmatig verblijf in Nederland tot 1 december 2014 op grond van werkzaamheden van vreemdeling 1. De staatssecretaris stelde bij besluit vast dat het verblijfsrecht vanaf die datum was geëindigd omdat de werkzaamheden niet reëel en daadwerkelijk waren en vreemdeling 1 niet als werkzoekende kon worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank een te strenge maatstaf hanteerde. De vreemdelingen hadden aangetoond dat vreemdeling 1 zich als werkzoekende had ingeschreven bij het UWV en meerdere sollicitaties had gedaan, evenals korte werkzaamheden had verricht.
De Afdeling stelde dat vreemdeling 1 aan de criteria voldeed om als werkzoekende te worden aangemerkt volgens het Unierecht en het Vreemdelingenbesluit 2000. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 17 november 2016 vernietigd, en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris dat het verblijfsrecht van de vreemdelingen was geëindigd, is vernietigd en het beroep van de vreemdelingen is gegrond verklaard.