ECLI:NL:RVS:2018:2935
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens strijd met standstill-bepaling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 4 januari 2017 de aanvraag van een Turkse vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af, omdat hij op dat moment 19 jaar was en niet voldeed aan het minderjarigheidsvereiste van het Vreemdelingenbesluit 2000. De vreemdeling stelde dat deze afwijzing in strijd was met artikel 13 van Pro Besluit nr. 1/80 (standstill-bepaling) van de associatieraad tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije.
De rechtbank oordeelde dat de verlaging van de meerderjarigheidsgrens van 21 naar 18 jaar na de inwerkingtreding van de standstill-bepaling een nieuwe beperking vormt die niet is gerechtvaardigd. De staatssecretaris stelde hoger beroep in, stellende dat er geen nieuwe beperking was en dat de maatregel gerechtvaardigd was door algemene belangen.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Zij overwoog dat de verlaging van de meerderjarigheidsgrens een verslechtering van de juridische situatie voor Turkse vreemdelingen van 19 en 20 jaar betekent en daarmee een nieuwe beperking vormt in de zin van de standstill-bepaling. De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd dat deze beperking gerechtvaardigd was door een dwingende reden van algemeen belang. De Afdeling veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en legde griffierechten op.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wegens strijd met de standstill-bepaling.