ECLI:NL:RVS:2018:2925
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding bij verkeersbesluit Nieuwstraat Bodegraven
Het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk nam op 17 mei 2016 een verkeersbesluit waarbij onder meer een erf werd ingesteld op de Nieuwstraat in Bodegraven en het bestaande parkeerverbod werd ingetrokken. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat gedeeltelijk werd gehonoreerd door het college op 3 februari 2017. De rechtbank verklaarde het door appellant ingestelde beroep op 24 november 2017 ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beoordeelde de ontvankelijkheid van het hoger beroep. De termijn voor het indienen van het hogerberoepschrift was zes weken na de dag van bekendmaking van de uitspraak van de rechtbank, die op 27 november 2017 aangetekend werd verzonden. Het hogerberoepschrift werd echter pas op 14 januari 2018 per fax ontvangen, buiten de termijn.
De Afdeling overwoog dat de aangetekende brief van 27 november 2017 was geweigerd en retour was gezonden, waarna de rechtbank op 4 december 2017 de uitspraak opnieuw per gewone post verzond. De termijn voor hoger beroep begon niet opnieuw te lopen door deze herhaalde verzending. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij de brief van 4 december pas op 13 januari 2018 ontving. De termijnoverschrijding werd daarom niet verschoonbaar geacht.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en kwam niet toe aan inhoudelijke beoordeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.