ECLI:NL:RVS:2018:285
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder bestuursdwang en kostenverhaal wegens onrechtmatige afvalstorting op openbare weg
Appellant exploiteerde een inrichting voor afvalverwerking op een perceel te Staphorst en raakte in conflict met de gemeente over grondruil en het gebruik van een nieuw terrein. Het college legde appellant een last onder bestuursdwang op wegens het plaatsen van objecten en afval op de Westerparallelweg en Burgemeester Janssenstraat, wat de bruikbaarheid van deze wegen belemmerde.
Appellant voerde aan dat het college onterecht handhavend optrad, omdat er toezeggingen waren gedaan over het gebruik van het nieuwe terrein en dat de gemeente naliet een ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning milieu in te dienen. De Raad van State oordeelde dat appellant wist dat zonder vergunning het nieuwe terrein niet gebruikt mocht worden en dat het storten van afval op de openbare weg niet aanvaardbaar was.
Verder betoogde appellant dat de kosten van bestuursdwang niet proportioneel waren en dat hij mocht vertrouwen op een mededeling van een gemeentemedewerker. Deze bezwaren werden verworpen wegens gebrek aan bewijs en onvoldoende onderbouwing.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Overijssel, waarmee het college in het gelijk werd gesteld. Het incidenteel hoger beroep van het college verviel daardoor.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.