ECLI:NL:RVS:2018:2829
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep staatssecretaris inzake niet-behandeling asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam het besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk was voor de behandeling van het verzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat hij de grond waarop Bulgarije het terugnameverzoek accepteerde, wel degelijk had betrokken in zijn besluitvorming. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom hij uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
De vreemdeling stelde dat zij risico liep op detentie in Bulgarije, maar dit werd onvoldoende aannemelijk gemaakt. Ook haar beroep dat de aanvraag niet in behandeling werd genomen vanwege haar relatie met een in Nederland verblijvende partner, en dat zij als kwetsbare alleenstaande zwangere vrouw extra bescherming behoefde, faalden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij het besluit tot niet-behandeling van de asielaanvraag wordt bekrachtigd.