ECLI:NL:RVS:2018:282
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 23 mei 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 december 2017 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening gegrond was, mede gelet op een eerdere uitspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat de staatssecretaris de proceskosten van € 501,00 moet vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door mr. G. van der Wiel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.R. Fernandez, griffier, op 29 januari 2018. Hiermee wordt de vreemdeling gedurende de procedure beschermd tegen uitzetting en wordt de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toegewezen.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.