ECLI:NL:RVS:2018:276
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens termijnoverschrijding
De vreemdeling heeft bij besluit van 6 mei 2016 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris is afgewezen. De rechtbank verklaarde het door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond bij uitspraak van 26 september 2016. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in, maar dit werd betwist vanwege het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift.
De gemachtigde van de vreemdeling voerde aan dat hij geen notificatiebericht had ontvangen van de uitspraak in het digitale systeem, waardoor het hoger beroep pas op 8 december 2016 kon worden ingesteld. De rechtbank voerde een technisch onderzoek uit en concludeerde dat het notificatiebericht wel succesvol was verzonden en aangeboden aan de e-mailserver van de gemachtigde.
De gemachtigde kon geen technische verklaring geven voor het niet ontvangen van het bericht en had nagelaten zich hierover te informeren. De Raad van State volgde de conclusie van het onderzoek en oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was. Het hoger beroep werd daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het te laat indienen van het hogerberoepschrift zonder verschoonbare omstandigheden.