ECLI:NL:RVS:2016:3521
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepschrift verblijfsvergunning asiel
Bij besluiten van 10 oktober 2016 heeft de staatssecretaris aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen van de vreemdelingen tegen deze besluiten ongegrond op 7 november 2016. De vreemdelingen stelden hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State beoordeelde of het hogerberoepschrift tijdig was ingediend. De termijn voor het instellen van hoger beroep bedraagt volgens artikel 69, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 een week en vangt aan de dag na de bekendmaking van de uitspraak. De uitspraak van de rechtbank werd op 7 november 2016 digitaal verzonden, waardoor de termijn op 14 november 2016 afliep.
Het hogerberoepschrift werd echter pas op 15 november 2016 per fax en op 16 november per brief ontvangen. De vreemdelingen konden geen gegronde redenen aanvoeren voor de overschrijding van de termijn. Daarom werd het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepschrifttermijn.