ECLI:NL:RVS:2018:2632
Raad van State
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening van onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak inzake huurtoeslag
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 15 november 2017, waarin een eerdere uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd bevestigd. Verzoekster stelde dat de Afdeling onvoldoende rekening had gehouden met haar medische situatie en het gebrek aan voorlichting door de Belastingdienst over de gevolgen van haar aangifte inkomstenbelasting voor haar recht op huurtoeslag.
De Afdeling overwoog dat een verzoek tot herziening slechts kan worden toegewezen indien er feiten of omstandigheden zijn die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, maar destijds niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die bij bekendheid tot een andere uitspraak zouden hebben geleid. Verzoekster bracht geen dergelijke feiten of omstandigheden naar voren.
Ook de aangevoerde bezwaren over de datering en ondertekening van de eerdere uitspraak vormden geen grond voor herziening. Gezien het voorgaande werd het verzoek tot herziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak wordt afgewezen.