ECLI:NL:RVS:2018:258
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nieuwe beperking looncriterium kennismigrant strijdig met standstill-bepaling
De vreemdeling, een Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als kennismigrant bij een restaurant. De aanvraag werd afgewezen vanwege onvoldoende opleiding, werkervaring en een niet marktconform loon volgens het UWV. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het looncriterium een verboden beperking zou zijn volgens de standstill-bepaling van het associatieverdrag tussen de EU en Turkije.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat het looncriterium juist bedoeld is om oneigenlijk gebruik van de Kennismigrantenregeling te voorkomen en dat het loonvereiste geen nieuwe beperking vormt. De Afdeling oordeelde dat de wijziging van het looncriterium naar 'marktconform' een aanscherping is en dus een nieuwe beperking vormt die verboden is volgens de standstill-bepaling.
De Afdeling overwoog dat de aanscherping wel gerechtvaardigd kan zijn door een dwingende reden van algemeen belang, namelijk het voorkomen van misbruik. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris en het incidenteel hoger beroep gegrond, en verklaarde de beroepen van de vreemdeling en het restaurant ongegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling en het restaurant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning blijft in stand.