ECLI:NL:RVS:2016:1738
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- A.M.E.A. Neuwahl
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit toestemming beveiligingswerkzaamheden na noodweerexces
Appellant verrichtte al 26 jaar beveiligingswerkzaamheden en had een toestemming van de korpschef om deze uit te voeren. Op 3 augustus 2014 gaf hij tijdens zijn werk als portier een vuistslag aan een bezoeker, waarvoor hij door de politierechter werd veroordeeld tot een taakstraf. De korpschef trok daarop de toestemming in en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep oordeelde het Gerechtshof Den Haag dat appellant door een hevige gemoedsbeweging en noodweerexces handelde en sprak hem vrij van alle rechtsvervolging. De korpschef handhaafde desalniettemin het intrekkingsbesluit, stellende dat appellant onvoldoende betrouwbaar was.
De Raad van State overweegt dat het hof ook de rol van appellant als portier heeft meegewogen en dat het beroep op noodweerexces gegrond is. Gezien het onherroepelijke ontslag van rechtsvervolging en de omstandigheden van het incident, kon de korpschef niet redelijkerwijs het standpunt handhaven dat appellant onvoldoende betrouwbaar is. Daarom wordt het intrekkingsbesluit vernietigd en appellant mag zijn werkzaamheden hervatten.
Daarnaast veroordeelt de Raad de korpschef tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht die appellant heeft gemaakt in verband met bezwaar, beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van de toestemming voor beveiligingswerkzaamheden wordt vernietigd en appellant mag zijn werkzaamheden hervatten.