ECLI:NL:RVS:2018:2215
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- F.C.M.A. Michiels
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor wijziging inrichting stortplaats in nuttige toepassing baggerspecie
De Ingensche Waarden exploiteert een ontgrondingenplas in een uiterwaarde van de Nederrijn en heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om de kwalificatie van haar inrichting te wijzigen van stortplaats naar een inrichting voor nuttige toepassing van baggerspecie en grond.
Het college van gedeputeerde staten van Gelderland heeft deze vergunning geweigerd omdat volgens het college een inrichting niet gelijktijdig kan worden aangemerkt als stortplaats en als nuttige toepassing. De rechtbank heeft deze weigering bevestigd en geoordeeld dat de inrichting, gelet op de aard van de activiteiten en het voortzetten van stortactiviteiten, als stortplaats moet worden aangemerkt.
De Ingensche Waarden voerde aan dat zij haar stortactiviteiten zou beëindigen en alleen nuttige toepassing zou uitvoeren, en dat het college niet bevoegd gezag was. De Raad van State oordeelt dat de aard van de activiteiten bepalend is en dat de inrichting als stortplaats blijft gelden. Ook is het college wel bevoegd gezag. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.