ECLI:NL:RVS:2018:2201
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten college Castricum over opslag prefabbetonplaten wegens gebrekkige motivering
De zaak betreft het hoger beroep van een inwoner van Castricum tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Castricum van 15 september 2016, waarin een omgevingsvergunning werd verleend voor het aanleggen van 900 m² prefabbetonplaten ten behoeve van opslag bij een glastuinbouwbedrijf naast zijn woning.
De appellant stelde dat het gebruik van de platen voor opslag in strijd was met het gemeentelijk beleid dat de openheid en beeldkwaliteit van het buitengebied moet waarborgen, en dat het woon- en leefklimaat werd aangetast. De Afdeling oordeelde in een tussenuitspraak dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat de opslag geen afbreuk deed aan de openheid en dat de belangenafweging niet alle relevante belangen, waaronder het woon- en leefklimaat, betrof.
Na aanvullende motivering door het college, waarbij onder meer werd gewezen op een haag die het zicht deels blokkeert, bleef de Afdeling van oordeel dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de opslag geen verdere onaanvaardbare aantasting van de openheid en beeldkwaliteit veroorzaakt. Nieuwe gronden van appellant werden buiten beschouwing gelaten wegens procesorde.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de bestreden besluiten wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro, maar liet de rechtsgevolgen van de besluiten in stand. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De besluiten van het college van Castricum worden vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.