ECLI:NL:RVS:2018:2185
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.E.M. Polak
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en bevestiging omgevingsvergunning voor vlonder als terras
In deze zaak ging het om de vraag of een vlonder in de achtertuin van een woning in strijd was met het bestemmingsplan "Landelijk Noord". Het algemeen bestuur had een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een houten vlonder, terwijl [partij A] en [partij B] bezwaar maakten omdat zij meenden dat de vlonder als steiger gebruikt zou worden, wat niet is toegestaan onder het bestemmingsplan.
De rechtbank Amsterdam had het bezwaar gegrond verklaard en de vergunning geweigerd, stellende dat de vlonder als steiger zou worden gebruikt. Het hoger beroep richtte zich tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft beoordeeld of de vlonder als steiger kan worden aangemerkt. Uit de feiten bleek dat de vlonder niet direct aan het water ligt, er een strook grond van ongeveer 1 meter tussen ligt, en dat de boot niet aan de vlonder maar aan palen in de grond is vastgebonden.
De Afdeling concludeerde dat de vlonder niet als steiger kan worden beschouwd en dat het gebruik als terras niet in strijd is met de bestemming "Tuin". Daarom is het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Tevens is het college van burgemeester en wethouders veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de vlonder wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.