ECLI:NL:RVS:2018:2075
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrondverklaring beroepen in asielzaak Afghanistan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 2 mei 2017 aanvragen van meerdere vreemdelingen uit Afghanistan om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond, vernietigde de besluiten en beval hernieuwde besluitvorming.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de geloofwaardigheid van het asielrelaas van vreemdeling 1, met name of hij in 2015 problemen met de Taliban had en of deze problemen de reden waren voor vertrek uit Pul-e Khumri.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het ongeloofwaardig was dat vreemdeling 1 in 2015 bedreigingen van de Taliban niet serieus nam en dat deze problemen niet de reden waren voor vertrek. De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond.
Verder werd geoordeeld dat vreemdeling 1 niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en dat er geen uitzonderlijke situatie in het herkomstgebied bestond die terugkeer zou verhinderen.
De Afdeling wees een proceskostenveroordeling af en sprak het hoger beroep uit in het openbaar op 20 juni 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen ongegrond verklaard.