ECLI:NL:RVS:2018:2074
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over inreisverbod wegens onjuiste toepassing terugkeerbesluiten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vaardigde op 12 december 2016 een inreisverbod van vijf jaar uit tegen de vreemdeling, omdat hij in strijd met een eerder inreisverbod de Europese Unie niet had verlaten. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit voor zover het inreisverbod betrof, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand op grond van het bestaan van meerdere terugkeerbesluiten.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat slechts één terugkeerbesluit was uitgevaardigd, aangezien de opdracht van 2 mei 2016 niet op rechtsgevolg was gericht. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand had gelaten, omdat slechts één terugkeerbesluit bestond.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden deel van de uitspraak en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €501,00. Het arrest werd uitgesproken op 20 juni 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het deel van de uitspraak waarin de rechtsgevolgen van het inreisverbod in stand zijn gelaten wordt vernietigd.