ECLI:NL:RVS:2018:2035
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging omgevingsvergunning tijdelijk logiesgebouw arbeidsmigranten wegens onvoldoende motivering geluidbelasting
Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas verleende een omgevingsvergunning voor het bouwen van een tijdelijk logiesgebouw voor arbeidsmigranten op een perceel in Tienray. Deze vergunning was in strijd met het bestemmingsplan "Kern Tienray" en werd verleend op basis van artikel 2.12 Wabo.
De rechtbank Limburg vernietigde het besluit van het college omdat het onvoldoende had gemotiveerd dat de toename van verkeerslawaai door het logiesgebouw ruimtelijk aanvaardbaar was, met name omdat de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder op de woningen van omwonenden werd overschreden. Het college stelde in hoger beroep dat de Wet geluidhinder niet van toepassing was en dat de beoordeling moest plaatsvinden op basis van de "Circulaire Verkeersaantrekkende werking".
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college erkent dat de motivering van het eerdere besluit gebrekkig was en dat het college een nieuw besluit op bezwaar moet nemen binnen de daarvoor geldende termijn. Daarbij kan het college het akoestisch onderzoek van DPA Cauberg-Huygen betrekken en moet het motiveren dat de geluidsbelasting ruimtelijk aanvaardbaar is. Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het besluit en verklaart het hoger beroep van het college ongegrond.