ECLI:NL:RVS:2018:2028
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- J.A. Hagen
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid en inhoud beheerplan Terschelling Natura 2000
Het beheerplan 'Terschelling' betreft Natura 2000-gebieden op het eiland Terschelling en is vastgesteld door diverse overheidsinstanties in 2016. Appellanten LTO Noord, Stichting Ons Schellingerland en Platform Duurzaam Landschap Terschelling, en Wildbeheereenheid Terschelling (WBE) hebben beroep ingesteld tegen het beheerplan.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat zij op grond van artikel 39, tweede lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 slechts bevoegd is om te oordelen over beschrijvingen van handelingen in het beheerplan die het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Het beroep van LTO Noord en dat van de Stichting en het Platform richten zich op het deel van het beheerplan dat instandhoudingsmaatregelen bevat en zijn daarmee niet ontvankelijk; de Afdeling verklaart zich onbevoegd.
Het beroep van WBE betreft de vrijstelling van faunabeheer en schadebestrijding van konijnen van de vergunningplicht. De Afdeling oordeelt dat deze activiteit in het beheerplan expliciet is beschreven als een handeling die het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengt en derhalve vrijgesteld is van vergunningplicht. Het beroep van WBE wordt ongegrond verklaard.
De griffierechten van LTO Noord en Stichting en Platform worden terugbetaald. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 20 juni 2018 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De Afdeling verklaart zich onbevoegd ten aanzien van LTO Noord en Stichting en Platform en verklaart het beroep van WBE ongegrond.