ECLI:NL:RVS:2018:1944
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P. Vermeulen
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering stageverklaring advocaat wegens onvoldoende praktijkervaring en klachten
Appellant, beëdigd als advocaat in 2013 en voorwaardelijk ingeschreven als stagiaire-ondernemer, verzocht om een verklaring dat haar stage was voltooid. De raad van de orde weigerde deze verklaring in augustus 2016 vanwege onvoldoende praktijkervaring en een reeks klachtwaardige incidenten.
De Algemene Raad verklaarde het administratief beroep van appellant ongegrond en de rechtbank bevestigde dit in maart 2017. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat appellant aan de kwantitatieve stagevereisten voldeed, maar niet aan de kwalitatieve eisen. De financiële positie van haar kantoor was fragiel en er waren meerdere klachten, waaronder tuchtrechtelijke beslissingen en strafrechtelijke veroordelingen. De Raad oordeelde dat de weigering van de stageverklaring terecht was en dat een verlenging van de stage niet tot het gewenste resultaat zou leiden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de stageverklaring wegens onvoldoende praktijkervaring en klachten.