ECLI:NL:RVS:2018:194
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling vrijgelaten wegens onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd op 18 mei 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld. De maatregel werd verlengd zonder dat de staatssecretaris tijdig een beoordeling maakte of aan de wettelijke voorwaarden voor verlenging was voldaan. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt anders.
De Afdeling stelt vast dat de bewaring na zes maanden onrechtmatig werd voortgezet omdat de vereiste beoordeling achterwege bleef. Hierdoor is sprake van een feitelijke verlenging die gelijkgesteld moet worden met een besluit waartegen hoger beroep openstaat. De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en beveelt opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel.
Daarnaast kent de Afdeling de vreemdeling een vergoeding toe voor de periode van onrechtmatige bewaring en veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. Hiermee wordt het belang van zorgvuldige naleving van de wettelijke termijnen en voorwaarden bij vreemdelingenbewaring benadrukt.
Uitkomst: De vreemdeling wordt vrijgelaten wegens onrechtmatige voortzetting van de vreemdelingenbewaring en krijgt een vergoeding toegekend.